Riki zorgt voor paarden, ruiters én vrijwilligers bij manege ’t Hoefijzer
Bij manege ’t Hoefijzer in Zwolle-Zuid kunnen mensen met een beperking onder begeleiding paardrijden. Riki is er al 30 jaar een onmisbare kracht. Ze vervult als vrijwilliger allerlei functies: van het werven van vrijwilligers tot het opstrooien van de stallen. Ook geeft ze les. ‘Ik zie ruiters helemaal ontspannen tijdens het rijden. Dat blijft heel bijzonder.’
Wekelijks komen 240 mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking naar manege ’t Hoefijzer in Zwolle-Zuid om onder begeleiding te paardrijden. Hoewel Riki er al tientallen jaren vrijwilligerswerk doet, blijft het effect dat het rijden op de ruiters heeft bijzonder om te zien, zegt ze. ‘Er komt hier een jongen, die stapt zó op zijn paard’, vertelt ze, terwijl ze haar handen achter haar hoofd vouwt. ‘En ergens halverwege de rit komen zijn vingers los en zakken zijn armen naar beneden. Dan is hij helemaal ontspannen.’
Bij ruiters die niet zelfstandig kunnen zitten, kan een begeleider achter het zadel plaatsnemen om hen te ondersteunen. ‘Backriding noemen we dat. Ik deed dat vaak bij een jongen met volkomen verkrampte handen. Voor het rijden moest ik zijn vingers een voor een losmaken. Tijdens het rijden ontspande hij steeds meer, en aan het eind van de rit waren al zijn spieren helemaal los. Hoe dat komt? Waarschijnlijk door de combinatie van de beweging van het paard, de buitenlucht - we rijden vooral in het bos - de geuren en de geluiden.’
Dat ik het hier zo naar mijn zin heb, komt ook doordat ik me gewaardeerd voel
Riki
‘Ik zeg altijd ja’
De paarden waren voor Riki de reden om vrijwilligerswerk te gaan doen bij ’t Hoefijzer. ‘Ik was een paardenmeisje. Ik heb jaren zelf paardgereden. Maar nadat ik trouwde met een man die daar niets mee had, verwaterde dat. Toen ik een oproepje zag voor vrijwilligers bij ’t Hoefijzer, besloot ik te reageren. De manege zat op dat moment nog in Berkum, vlak bij mijn huis. Ik vond het meteen weer heerlijk: de geur in de stallen, het krakende leer van de zadels.’
Wat begon met anderhalf uur per week, groeide uit tot een bijna dagelijkse bezigheid. Inmiddels is ze zes dagen per week op de manege. ‘In het begin verzorgde ik alleen de paarden, in de loop van de tijd ben ik er steeds meer taken bij gaan doen. Ook omdat mijn zoon Robbie, die ook een beperking heeft, hier nu rijdt. Ik doe inmiddels de inkoop voor de kantine, werf vrijwilligers, leeg de kledingcontainer waarmee de manege wat geld verdient en organiseer activiteiten. Ook help ik mee met schoonmaken, paarden voeren, zadelen, stallen opstrooien en het trainen van de paarden na de zomervakantie, zodat ze weer fit aan het nieuwe seizoen beginnen’, somt ze op. ‘Ik ben zo iemand die altijd ‘ja’ zegt als er gevraagd wordt om extra hulp’, zegt ze lachend. ‘Maar los daarvan: ik vind het hier hartstikke leuk. Er komen kinderen van vijf, maar ook ouderen van in de zeventig. Sommigen kunnen zelfstandig rijden, anderen hebben intensieve begeleiding nodig. Het is mooi dat we dit voor zo’n diverse grote groep doen.’
Door dit vrijwilligerswerk ben ik echt gegroeid. Ook buiten de manege
Riki
Vrijwilligers waarderen
’t Hoefijzer telt 120 vrijwilligers. De een is er een uurtje in de week, de ander komt meerdere dagdelen. ‘Gelukkig hebben we hier nog een vrijwilliger die net zo gek is als ik’, lacht Riki. ‘Samen bedenken en organiseren we activiteiten, zoals de jaarlijkse Hoefijzerdag; onze feestelijke afsluiting voor de zomervakantie. En we organiseren activiteiten speciaal voor de vrijwilligers. Laatst hielden we voor het eerst een bingoavond. Dat was een groot succes. Met kerst geven we alle vrijwilligers een VVV-bon en een kerstkaart. Vorig jaar schreven we er voor iedereen een persoonlijk gedicht bij. Het is lastig om goede vrijwilligers te vinden, dus het is belangrijk om te laten merken hoe waardevol ze voor ons zijn.’
Dat waardering belangrijk is, merkt Riki zelf ook. ‘Dat ik het hier zo naar mijn zin heb, komt ook doordat ik me gewaardeerd voel. Niet omdat er honderd keer per dag dankjewel wordt gezegd, en dat hoeft ook niet. Ik voel het gewoon. Andere vrijwilligers vinden het fijn dat wij ons zo inzetten voor de club. Van ouders krijgen we soms aan het eind van het seizoen een doosje chocolade of een taart om samen op te eten.’
Zolang ik lichamelijk goed ben, blijf ik dit doen
Riki
Groei door vrijwilligerswerk
Het vrijwilligerswerk heeft Riki ook persoonlijk veel gebracht. ‘Ik was altijd verlegen, iemand die nooit iets zei in een groep. Toen ik hier zelf nog geen lesgaf, werd me weleens gevraagd of ik toezicht kon houden als de instructeur even naar het toilet moest. Dan sta je ineens midden in zo’n groep die aan het rijden is en móet je wel praten. In het begin vond ik dat verschrikkelijk. Later deed ik het gewoon. En nu geef ik zelf ook paardrijles. Door dit vrijwilligerswerk ben ik echt gegroeid. Ook buiten de manege. In de winkel waar ik werk, durf ik nu vervelende klanten aan te spreken zonder een rood hoofd te krijgen. Vroeger overwoog ik niet eens om iets te zeggen als iemand brutaal tegen me deed.’
Hoewel Riki onlangs 65 is geworden, denkt ze nog lang niet aan stoppen. ‘En ook niet als ik 67 ben. Absoluut niet. Ik ga dan wel met pensioen van mijn werk, maar hier ga ik zeker door. Zolang ik lichamelijk goed ben, blijf ik dit doen. En anders ga ik gewoon rustig koffie schenken in de kantine.’